10 basiszinnetjes in het Nederlands
Hieronder staan 10 basiszinnetjes die je kunt gebruiken in jouw eerste gesprekjes in het Nederlands. Probeer de zinnetjes hardop te zeggen en probeer ook antwoord te geven op de vragen.
Goedemorgen. Hoe gaat het met jou?
Mijn naam is Marieke. Ik ben Marieke. Ik heet Marieke.
Wat heb je dit weekend gedaan?
Wat ga je morgen doen?
Kan ik je ergens mee helpen?
Meenemen of hier opeten?
Wat wil je drinken/eten?
Ik moet naar de dokter/het ziekenhuis/de supermarkt.
Ik vind lezen leuk.
Ik ben ziek/blij/moe/gelukkig/verdrietig/boos.
10 oraciones básicas en neerlandés
Buenos días. ¿Cómo estás?
Mi nombre es Marieke. Soy Marieke. Me llamo Marieke.
¿Qué hiciste este/el fin de semana?
¿Qué vas a hacer mañana?
¿Puedo ayudarte en algo?
¿Es para llevar o comer aquí?
¿Qué quieres beber/comer?
Tengo que ir al médico (de cabecera)/hospital/supermercado.
Me gusta leer.
Estoy enfermo,-a/feliz/cansado,-a/feliz/triste/enojado,-a.
Op mijn YouTube-pagina https://www.youtube.com/BTaal kun je nog meer leren over de Nederlandse taal. Wil je lid worden van de B-Taal Community, kijk dan op www.b-taal.com voor meer informatie.











